19290831 Utrechtse Courant artikel geheel klein 2Het krantenartikel uit de Utrechtse Courant van 31-08-1929 hiernaast is jaren in onze familie bewaard geweest. Eerst door mijn grootmoeder van moederskant en daarna door mijn moeder. De reden is dat de naam van mijn grootvader, Wilhelmus Johannes Jansen, in dit artikel genoemd wordt. Althans, er is sprake van de heer Jansen uit Amsterdam en de heer de Vries uit Den Haag. Na het overlijden van mijn moeder kwam het in mijn bezit, samen met een aantal andere documenten waaronder overgangsbewijzen en een diploma van de "Kunstnijverheid teekenschool Quellinus". Deze school was één van de voorlopers van de huidige Rietveld Academie. Uit het diploma en de overgangsbewijzen blijkt dat mijn grootvader daar van 1904 tot en met 1907 decoratief beeldhouwen heeft gestudeerd. Einde 3e studiejaar klein(Zie diploma).

Ik wist dat mijn grootvader beeldhouwer was geweest maar het was me nooit helemaal duidelijk wat hij nou eigenlijk precies gemaakt had. Thuis hadden we wel allerlei voorwerpen zoals een bordenrek, lepelrekjes en wandlampjes die hij uit hout had gesneden. Er stonden ook wat beeldjes: een clowntje, een indiaan en een gipsen profiel van mijn grootmoeder. Ook was er een marmeren inktstel en een tafeltje met een ingelegd marmeren blad. Toch waren dat duidelijk dingen die hij voor eigen gebruik had gemaakt. Mijn moeder heeft wel eens verteld dat hij, wat zij noemde "een broodbeeldhouwer" was. Geen scheppend kunstenaar maar een vakman die maakte wat anderen ontworpen hadden. Verder ging het verhaal dat hij gewerkt had aan het van Heutz monument en aan het gebouw van de Nederlandse Handel Maatschappij - jawel, het tegenwoordige Amsterdamse Stadsarchief, gebouw De Bazel. Over zijn werk aan het hoofdpostkantoor aan de Neude in Utrecht was ook wel eens gesproken maar het was verder wel duidelijk dat hij door zijn gezin vooral werd gezien als een ambachtsman en niet als een kunstenaar. Wat ik mij zelf nog van hem herinner - ik was 5 jaar toen hij overleed - is dat hij heel mooi kon tekenen. Als ik bij hem op schoot zat dan tekende hij vogels of andere dieren voor me.

Als je op internet gaat zoeken naar informatie over de beelden uit het artikel dan kom je heel wat tegen. Om te beginnen zijn deze beelden pas een aantal jaren na de opening van het postkantoor afgemaakt. Het gebouw is in 1924 geopend en op vroege foto's zijn deze beelden nog niet te zien. Wel zijn de stukken steen waaruit ze later gehouwen zijn al ingemetseld. hal postkantoor 1924(Zie foto). Uit kranteartikelen uit die tijd blijkt dat de beelden wel bij de oorspronkelijke bouwplannen hoorden maar later, evenals het glas in lood raam boven de ingang wegens bezuinigingen geschrapt zijn.(1)(2)(3) Tot ongenoegen uiteraard van de architect, Joseph Crouwel en de ontwerper van de beelden, Hendrik van den Eijnde. Dat de beelden en het glas in lood raam er uiteindelijk toch zijn gekomen is kennelijk te danken geweest aan particulier initiatief.(4) Op basis van de datum boven het hiernaast afgebeelde artikel mag men concluderen dat de beelden pas halverwege 1929 allemaal klaar waren. Wat opvalt is dat de meeste bronnen van den Eijnde niet alleen als de ontwerper van de beelden maar ook als de maker ervan aanduiden. Dat doet naar mijn mening mijn grootvader en de heer de Vries uit Den Haag te kort. Ze mogen de beelden dan als ambachtsman en naar ontwerp gemaakt hebben; het blijft toch wel erg knap. Wat dat betreft geeft het artikel hiernaast ze die eer wel.

Terug naar mijn grootvader, Wilhelmus Johannes Jansen (Enkhuizen, 11 september 1890 - Amsterdam 3 september 1958). Wat zou er kunnen kloppen van het verhaal dat hij gewerkt zou hebben aan beeldhouwwerken aan of in gebouw De Bazel en aan het van Heutz monument. Als hij vaker ontwerpen van Hendrik van den Eijnde heeft gemaakt dan kan dit voor gebouw de Bazel kloppen. Daarin zijn sculpturen aanwezig van van den Eijnde. Voor het van Heutz monument zou dit alleen kunnen kloppen als het gaat om het monument dat ooit in Batavia heeft gestaan want dat is ook van de hand van van den Eijnde. Ik weet echter dat mijn grootavder nooit in Nederlands Indië is geweest maar het zou natuurlijk kunnen dat onderdelen van dat monument in het atelier van van den Eijnde in Haarlem zijn gemaakt. Tussen de documenten van mijn moeder zat in elk geval een foto van iets wat op een monument lijkt. (Zie foto hier direct onder). Mogelijk is dat het deel van het monument dat mijn grootvader gemaakt heeft. Mocht iemand het herkennen dan zou ik dat graag vernemen.

 

Johan Melchior KloekOp 11 december 1800 wordt, in Amsterdam Johan Melchior Kloek gedoopt. Zijn vader is Jacob van Staveren en zijn moeder is Marina Knikkenberg. Tot zover niets bijzonders; echter, de getuigen zijn de zus van Marina, Catharina Elizabeth Knikkenberg en haar man, Johan Melchior Kloek. Jawel, exact dezelfde naam als de dopeling. Dat zet toch een paar vraagtekens bij deze doop. Is Johan Melchior wel de zoon van Jacob van Staveren?

Johan Melchior KloekJacob is op het moment van de doop al 57 jaar oud en Marina, zijn derde vrouw is 41. Is de echte vader misschien Jacob's zwager Johan Melchior? Maar als dat zo is, zou je dan als bedrogen echtgenoot toestaan dat de overspelige zwager en zijn vrouw getuigen zijn bij de doop van 'jouw' kind en zou je toestaan dat het zelfs de naam krijgt van de echte verwekker? Of zou het zo zijn dat Jacob maar met moeite kinderen kan verwekken? Uit zijn 2 vorige huwelijken heeft hij maar één kind, Claassie van Staveren die op 22 oktober 1769 wordt gedoopt. Haar moeder is Johanna Pieternella Tak. Zou Johan Melchior Kloek een donor vader avant la lettre zijn? Of zou de jonge Johan Melchior Kloek misschien geadopteerd worden door de oude Johan Melchior en zijn vrouw Catharina Elizabeth Knikkenberg? Het zijn intrigerende vragen maar vragen waarop het antwoord nooit meer gegeven kan worden. Laten we ons daarom maar gewoon houden aan de feiten zoals die staan in het doopregsiter van de Evangelisch Lutherse kerk in Amsterdam. Jacob is de vader Johan Melchior is de getuige en het kind krijgt de voornamen Johan Melchior Kloek en heet dus voluit Johan Melchior Kloek van Staveren. (Zie fragment uit het doopboek.) Blijft dan natuurlijk de vraag, is Kloek nou een voornaam of een achternaam?

Op 15 november 1826 trouwt Johan Melchior in Amsterdam met Susanna Elisabeth Rijfkogel, dochter van Ernestus Rijfkogel en Petronella Onnekink. In de acte staat zijn naam voluit geschreven, Johan Melchior Kloek van Staveren, beroepen prediekant bij de Evang. Luth. Gem. aan de Kaap de Goede Hoop en in de indexen van de burgerlijke stand, de 10-jaren tafel en de 1 jaars tafel staat hij vermeld onder de S en niet onder de K: van Staveren, Johan Melchior Kloek en niet: Kloek van Staveren, Johan Melchior. Ook over zijn ouders is de acte duidelijk: meerderjarige zoon van Jacob van Staveren, overleden en Marina Knikkerberg, korenoverschietster. Hiermee is de sugestie dat Johan Melchior een door Johan Melchior Kloek en Catharina Elisabeth Knikkenberg geadopteerde zoon zou zijn in elke geval onjuist gebleken. Als hij geadopteerd zou zijn geweest had dat in de acte moeten staan. We komen de jonge Johan Melchior, laten we hem voorlopig maar even zo noemen, dus weer tegen als hij als op 26 jarige leeftijd als predikant wordt beroepen bij de Lutherse kerk in Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij staat in de lijst van predikanten als J.M. Kloek van Staveren. (J. Vree, ‘Overschot op de Nederlandse kandidatenmarkt: een bron van overzeese predikanten, hulppredikers, enz. (1829-1872)’) Kloek is daar dus een deel van de achternaam.JMK v STAVEREN Johan Melchior Kloek van Staveren is dus predikant bij de Evangelisch Lutherse kerk in Kaapstad. Hij wordt op 10 mei 1827 benoemd en blijft bijna 40 jaar in dienst van dezelfde gemeente. In een boekje waarin de geschiedenis van de gemeente is beschreven staat het als volgt:"Born in Holland, arrived here on 24 April 1827, appointed by Governor as Minister on 10 May 1827. Preached his first sermon on Sunday 6 May. Retired due to ill health in 1864. Died in Cape Town on 27 JMK v STAVERENMarch 1865" . Ergens in die periode is het nevenstaande portret van hem geschilderd. De kerk bestaat overigens nog steeds. Hij staat aan de Strand Street in Kaapstad. De afbeelding hieronder toont de kerk zoals die er rond 1830 uit zag.

Op 5 november 1829 wordt, in Kaapstad de eerste zoon van Johan Melchior en Elisabeth geboren. Hij wordt op 22 november gedoopt als Ernestus van Staveren. De naam van de vader staat als J.M. Kloek van Staveren geschreven, de naam van de moeder als Susanna Elisabeth van Staveren geboren Rijfkogel. Johan Melchior en Susanna Elisabeth krijgen nog twee zoons, Op 2 juli 1832 wordt Marinus geboren en op 25 juni 1834 Jacob. Beide zoons worden gedoopt met de achternaam van Staveren en nu staat beide keren de naam van de vader volledig uitgeschreven. Bij de moeder staat in het eerste geval de achternaam als van Staveren en in het tweede geval staat de vermelding; "geboren Rijfkogel" en ontbreekt de naam van Staveren geheel.

Op 25 september 1856 trouwt de oudste zoon van Johan Melchior, Ernestus van Staveren, met Petronella Johanna Steijtler. Petronella Johanna is een dochter van Johan George Steijtler en Helena Catharine van der Poll. Ernestus en Petronella Johanna krijgen 7 kinderen. De 2e is een zoon en die wordt gedoopt als Johan George Melchior Kloek van Staveren waarbij de naam Kloek dit keer duidelijk onder de voornamen wordt vermeld. Bij de overige 6 kinderen komt de naam Kloek niet voor.

lutherse kerk kaapstad 1830Susanna Elisabeth Rijfkogel overlijdt op 3 december 1858 in Kaapstad. In de overlijdensakte staat als echtgenoot "The Revd. J. M. Kloek van Staveren. Als kinderen staan vermeld: "Ernestus and Jacob van Staveren, both majors". Marinus is dus inmiddels kennelijk overleden. Op 17 oktober 1862 hertrouwt Johan Melchior met Susanna Maria Steijtler. Susanna Maria is een oudere zuster van Petronella Johanna Steijtler, Johan Melchior hetrouwt dus met de zuster van zijn schoondochter. In de huwelijksakte wordt de naam van Johan Melchior Kloek van Staveren weer volledig uitgeschreven. Johan Melchior en Susanna Maria krijgen nog twee kinderen, Op 2 oktober 1863 wordt Helena van Staveren gedoopt, de naam van de vader staat dit keer vermeld als Johan Melchior K. van Staveren. Op 24 september 1865 wordt Johanna gedoopt. Johan Melchior is dan al overleden maar staat wel vermeld als vader. Opvallend bij deze vermelding is de familienaam van de dopeling: Kloek van Staveren.

Johan Melchior overlijdt, zoals hierboven al was aangegeven op 27 maart 1865 op 64 jarige leeftijd. In zijn overlijdensakte staat zijn naam voor de laatste keer volledig uitgeschreven: "Revd Johann Melchior Kloek van Staveren". Zijn overlijden gaat ook in Nederland niet ongemerkt voorbij getuige het hierbij geplaatste artikeltje afkomstig uit een Nederlandse krant. (Bron: familieadvertenties CBG)

JMKvSDe vraag waarmee dit artikel begon; is Kloek een voornaam of een achternaam is niet met volledige zekerheid beantwoord. In een aantal hierboven vermelde gevallen is de naam als deel van de achternaam gebruikt maar uit het feit dat Johan Melchior zijn kinderen als van Staveren en niet als Kloek van Staveren heeft laten dopen leidt ik toch af dat hij het zelf in elk geval niet alszodanig beschouwde en dit wordt bevestigd bij de doop van zijn kleinzoon Johan George Melchior Kloek. Dus, hoewel niet met 100% zekerheid ga ik er dan toch van uit dat Kloek een voornaam is. Een uitzonderlijke voornaam, dat zeker. De herkomst ervan is ook zeker, de achternaam van de zwager van de vader van Johan Melchior Kloek. En hoe dat zat zullen we nooit weten!

Zie ook: Afstammelingen van Johan Melchior Kloek van Staveren

Het Zuid-Afrikaanse deel van de informatie waarvan voor dit artikel gebruik is gemaakt is verzameld door Anne Clarkson. Anne is genealogisch researcher, zij woont in Kaapstad en zij voert op verzoek archiefonderzoek uit in Zuid-Afrikaanse archieven. Zij heeft mij geweldig geholpen bij het uitzoeken van de nakomelingen van Johan Melchior en zij heeft mij een overvloed aan aanvullende informatie bezorgd die ik nog steeds niet volledig heb uitgezocht.

De oudst bekende voorouders van de families van Staveren en van Staaveren zijn het echtpaar Sietse Jans en Katrijntje Jellis. Zij wonen in de tweede helft van de 17e eeuw in Amsterdam en krijgen daar 4 kinderen, Jan, Ariaen, Jacob en Louris. Waar Sietse en Katrijntje vandaan komen is niet zeker maar het is aannemelijk dat zij afkomstig zijn uit Friesland en mogelijk zelfs uit het Friese stadje Staveren. De voornamen van Sietse en Katrijntje worden in diverse bronnen nogal verschillend geschreven. Sietse komt voor als Cijtze, Cijttie, Sietije en Sijetze, Katrijntje als Catrijntie, Kattarintie en Catarina. Sietse en Katrijntje gebruiken de achternaam van Staveren nog niet. Wanneer kwam de naam bij de familie in gebruik en waarom?

Van de oudste zoon Jan zijn geen geboortegegevens gevonden in het Amsterdamse archief maar bij alle drie zijn huwelijken staat vermeld dat hij "van A:" komt hetgeen betekent dat hij in Amsterdam geboren is. Bij zijn eerste huwelijk (13-05-1690 met Aaltje Gerrits) wordt hij "geassisteert met sijn moeder Catarina Jellis". Hij is dan 22 jaar hetgeen betekent dat hij rond 1668 is geboren. Van Ariaen, Jacob en Louris zijn de geboortegegevens wel in het Amsterdamse archief gevonden. Jacob wordt bij zijn doop Jaepick genoemd, de Friese vorm van jeapickJacob. (Zie het fragment uit het doopboek van de Amsterdamse Noorderkerk hiernaast). Van zowel Ariaen als Jacob worden huwelijksactes gevonden en beiden worden geassisteerd door hun broer Jan Sietjes. Bij beiden staat de vermelding "ouders doot". Ariaen trouwt als eerste van de twee, op 25-04-1692 en dus is geconcludeerd dat zowel Sietse Jans als Katrijntje Jellis dan overleden zijn. Louris overlijdt jong, hij is 5 jaar en drie maanden als hij op 24 mei 1683 op het Kartuiser kerkhof wordt begraven. Zijn vader, Sietije Jans, woont dan op het Smalle Pad, de tegenwoordige Planciusstraat. Jan, Ariaen en Jacob gebruiken bij hun huwelijken alledrie het patroniem Sietjes.

Jan Sietjes trouwt dus zoals gezegd in 1690 met Aaltje Gerrits. Hij is op dat moment lijndraaier van beroep en beiden wonen op het Smalle Pad. Jan en Aaltje krijgen 6 kinderen waarvan de eerste drie jong overlijden. Jan trouwt in 1698 voor de tweede maal, ditmaal met de 8 jaar oudere Trijntje Sijbrands Klijn. Jan woont dan op het "Rijalen Eijlant" en is nog steeds lijndraaier. Trijntje woont in de daar in de buurt gelegen Vinckstraat. Het huwelijk blijft kinderloos. In 1720 trouwt Jan met de 24 jarige Lijsbet Hanse. Jan is dan 52 jaar en woont aan de Schans, tegenwoordig de Marnixstraat. Lijsbet komt van de Soutkeet gelegen op het Realeneiland. Jan en Lijsbet krijgen 7 kinderen waarvan er in elk geval 4 op jonge leeftijd overlijden.

Vanaf ongeveer 1727 gebruikt Jan de achternaam van Staveren. Bij de doop van de tweeling Giertje en Theunis, kinderen van Grietje Hansen Zeep en Theunis de Gouw is hij met zijn vrouw Lijsbet Hansen Zeep getuige onder de naam Jan van Staveren (04-05-1727). Ook bij de doop van zijn laatste kind Jannetje in 1730 gebruikt hij deze achternaam.

  Op 14 maart 1732 koopt Jan voor f4400,- van ene Gerrit Wittebol een huis aan de Zandhoek. In de transportakte staat hij vermeld als Jan van Staveren en het huis wordt als volgt beschreven: "Huijs en Erve staande ende geleegen op de Santhoek het tweede huys van de Taanstraat alwaar het wapen van Antwerpen in de geevel staat". De afbeelding hiernaast toont de Zandhoek omstreeks 1700. De omschrijving luidt: Afgesloten IJ gezien links naar de Zandhoek. (Afbeelding afkomstig van de beeldbank van het Amsterdamse Stadsarchief) .smallepad

Op 19 maart 1751 wordt Jan van Staveren op het Kartuizer kerkhof begraven, hij woonde bij zijn overlijden nog steeds op de Zandhoek. Op 1 maart 1752 verkopen "de erven Jan Sietjes van Staveren" het huis voor f4000,- aan Rijndert Hessels.  Jan is ongeveer 83 jaar geworden en blijkens de transportakte leven bij de verkoop naast zijn 3e vrouw Lijsbeth Hanse van zijn 13 kinderen alleen zijn jongste dochter Jannetje Jans van Staveren nog.

Ariaen Sietjes trouwt in 1692 met Ariaantje Jans. Hij is dan eveneens lijndraaier van beroep en woont op het Realeneiland. Zij krijgen 6 kinderen. Ariaen is de eerste van de familie die de achternaam van Staveren gebruikt. Op 11 februari 1718 gaat zijn zoon  Jan, die dan op Kattenburg woont, in ondertrouw met Catharina Willems. Zowel Ariaen als Jan staan geregistreerd met de achternaam: van Stavoren. (Zie acte hieronder, afkomstig uit het Amsterdamse Stadsarchief) Als Ariaen echter op 3 december 1726 wordt begraven op het St. Anthonis kerkhof heet hij weer Adriaan Sietjes en woont hij op Wittenburg in de dwarsstraat. Ariaen's zoon Sietje gebruikt de achternaam ook, voor het eerst bij de doop van zijn dochter Ariaantje in 1732. Ook Ariaens zoon Pieter gebruikt de achternaam als hij op 24 maart 1730 trouwt met Jacoba Kijser en wederom als hij op 1 december 1747 met Hendrika Kuijt trouwt.

jan van stavoren 1718Jacob Sietjes trouwt in 1697 met Dieuwertje Claes Schotte. Ook hij is lijndraaier en hij woont in de Taendwarsstraat. Dieuwertje woont in de Taenstraat. Beide straten waren (en zijn nog) gelegen op het Realeneiland. Van Jacob zijn nog geen bronnen gevonden waarin hij de achternaam van Staveren gebruikt maar tenminste drie van zijn kinderen, Trijntje, Ariaantje en Claes gebruiken de achternaam wel. Claes en Trijntje als eersten, bij het huwelijk van Claes in 1731. Ariaantje gebruikt de achternaam bij haar tweede huwelijk in 1737.

Na een aarzelend begin in 1718 komt de achternaam van Staveren komt dus vanaf 1727 bij de familie in gebruik en vanaf dat moment gaan steeds meer nakomelingen van Sietse en Katrijntje de achternaam gebruiken. Waarom doen ze dat? Mogelijk omdat Sietse en/of Katrijntje uit het Friese Staveren afkomstig zijn. Zeker is dat echter allerminst; het is zelfs niet zeker of Sietse en Katrijntje wel uit Friesland afkomstig zijn. Toch zijn er wel argumenten voor die aanname, zoals: de Friese vorm van de naam Jacob bij zijn doop; de Friese voornaam van Sietse en het Friese patroniem van Katrijntje. Maar toch, het blijft een aanname.

De naam van Staveren komt in de jaren daarna in de diverse acten op veel verschillende manieren voor: uiteraard als van Staveren maar vaak ook als, van Staaveren, van Stavoren, van Staavoren en van Staavooren. Soms wordt het voorvoegsel: van, weggelaten. Ook exotische vormen als van Staverden, van Stavren, van Starven en van Starfen komen voor. Als achternamen verplicht en officieel geregistreerd worden blijven van al deze varianten alleen van Staveren en van Staaveren over waarbij die laatste variant alleen gebruikt wordt door de nakomelingen van het echtpaar Jacob van Staveren en Grietje de Looper.

Mijn grootvader heette Johannes Ursinus van Staveren. Ik heb me lange tijd niet gerealiseerd dat Ursinus een merkwaardige voornaam is en ook een voornaam die niet vaak voorkomt. Volgens het Woordenboek van Voornamen (Dr. J. van der Schraar, 13e druk, 1983) gaat de naam terug op de heilige Ursinus, bisschop van Bourges. Dat verklaart niet hoe deze, schijnbaar Katholieke, voornaam in mijn Doopsgezinde familie terecht is gekomen. Hoe is dat gegaan?

Welnu, als we de afstammingslijn terugvolgen zien we allereerst dat mijn grootvader is vernoemd naar zijn grootmoeder van moederskant: Johanna Ursinus Duykers geboren op 26 augustus 1827 in Almelo. Zij zelf is vernoemd naar haar moeder Maria Adriana Johanna Ursinus Grevenstein (Doop: 11 februari 1798 in Zwolle; Overlijden 5 februari 1860 in Steenwijk). De naam komt via haar vader (Jacobus Ursinus Grevenstein), grootvader (eveneens Jacobus Ursinus Grevenstein) en overgrootvader (Abraham Ursinus van Grevenstein) uiteindelijk bij haar betovergrootmoeder Sara Ursinus vandaan. Hier is Ursinus dus een achternaam! Sara Ursinus trouwt op 27 mei 1705 in Leeuwarden met Jacob Grevensteyn en zij geven hun tweede zoon Abraham de naam Ursinus als tweede voornaam. Sara Ursinus wordt rond 1680 in het Russiche Archangel geboren als dochter van de predikant van de Hollandse gereformeerde gemeente aldaar: Abraham Ursinus. Abraham is een zoon van Hermannus Ursinus die rond 1607 in Leiden als Herman des Ursijns wordt geboren. Herman is een zoon van David des deel vlaanderenUrsijns en een kleinzoon van Michiel des Ursijns. Deze laatste is afkomstig uit het West-Vlaamse Yperen (thans Ieper) en zijn zoon David is geboren in Dulsemond (ook wel Dulcemont - zie kaartfragment hiernaast, thans Deûlémont in Noord Frankrijk).deel vlaanderen Michiel des Ursijns moet daar rond 1580 zijn geboren en is er één van de grote groep Vlamingen die in de beginjaren van de 80-jarige oorlog hun geboortegrond ontvluchten op zoek naar godsdienstvrijheid. Velen van hen komen in Leiden terecht.

Zo zien we dus dat de tweede voornaam van mijn grootvader weinig van doen heeft met een Katholieke heilige. Het is de latinisering van een, van oorsprong Vlaamse, achternaam die op een gegeven moment een voornaam wordt.